ECLI:NL:HR:2004:AO1213
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beperking retentierecht jegens derden met ouder recht bij opslag containers
In deze zaak vorderde GE SEACO dat VGC Storage & Transport B.V. werd verboden de dertien containers te verkopen en dat deze containers aan GE SEACO zouden worden afgeleverd. VGC beriep zich op een retentierecht wegens een openstaande vordering op Norasia, de huurder van de containers. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis en stelde GE SEACO in het gelijk.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 3:291 lid 2 BW Pro, dat het retentierecht jegens derden met een ouder recht regelt. Het hof oordeelde dat het retentierecht slechts geldt voor vorderingen die specifiek betrekking hebben op de afzonderlijke containers en niet voor eerdere vorderingen uit dezelfde raamovereenkomst.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en wees erop dat het retentierecht jegens derden met een ouder recht alleen kan worden uitgeoefend voor zover er een voldoende verband bestaat tussen de vordering en de zaak. De Hoge Raad verwierp de cassatieklacht en veroordeelde VGC in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beperkte werking van het retentierecht jegens derden met een ouder recht.