ECLI:NL:HR:2004:AP4485
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg cao-bepaling over tijdelijke inhouding salarissen bij Smit-Lloyd
De Federatie van Werknemers in de Zeevaart (FWZ) en individuele werknemers hebben Smit c.s. gedagvaard wegens inhoudingen op salarissen op grond van de Regeling Tijdelijke Inhouding (RTI). Zij vorderden dat Smit c.s. de ingehouden bedragen vanaf 1 januari 1994 zouden terugbetalen, omdat volgens hen de inhouding onrechtmatig was vanaf het moment dat de sector Smit-Lloyd winst maakte.
De kantonrechter wees de vorderingen af, omdat onvoldoende was aangetoond dat er een duurzaam karakter van winst was. De rechtbank bevestigde deze uitleg en verwierp het standpunt van FWZ c.s. dat de RTI na 1 april 1996 niet meer van toepassing was. FWZ c.s. stelde dat de RTI een einde moest nemen zodra de sector winst maakte, en dat de verlenging van de cao de inhouding niet rechtvaardigde.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de juiste maatstaven heeft toegepast bij de uitleg van de cao-bepalingen en dat de RTI niet als een voor de werknemer zeer bezwarende maatregel kan worden aangemerkt die een bijzondere duidelijkheidseis vereist. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de inhoudingen gerechtvaardigd waren zolang de sector geen duurzame winst maakte volgens de uitleg van de cao.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de inhoudingen op salarissen gerechtvaardigd waren zolang de sector geen duurzame winst maakte.