ECLI:NL:HR:2004:AQ7380
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie bij samenwonen als ware gehuwd volgens art. 1:160 BW
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van de partneralimentatieverplichting van de man jegens de vrouw na hun echtscheiding. De man verzocht de rechtbank om vast te stellen dat zijn alimentatieplicht was geëindigd per 1 maart 2000, omdat de vrouw samenwoonde met een ander als ware zij gehuwd, zoals bedoeld in art. 1:160 BW Pro.
De rechtbank wees het verzoek af, maar het hof vernietigde deze beslissing en stelde vast dat de alimentatieplicht eindigde op 27 december 2001, de datum waarop de nieuwe partner van de vrouw was gescheiden. Het hof oordeelde dat sprake was van een duurzame affectieve relatie en feitelijk samenwonen, ondanks dat de vrouw probeerde dit te verhullen.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd had vastgesteld dat er sprake was van samenwonen als ware gehuwd, ook in de vorm van een lat-relatie, en dat de alimentatieverplichting daarom terecht was beëindigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de alimentatieplicht eindigde per 27 december 2001 wegens samenwonen als ware gehuwd.