ECLI:NL:HR:2005:AR3645
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid internationale arbitrageovereenkomst ondanks Iraanse interne beperkingen
In deze civiele zaak stond de geldigheid van arbitrale vonnissen centraal die waren gewezen in een arbitrage tussen de Iraanse staatsorganisatie DIO en de Engelse vennootschap IMS. De rechtbank vernietigde de arbitrale vonnissen omdat zij oordeelde dat er geen geldige arbitrageovereenkomst was. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen van DIO af, waarbij het onder meer oordeelde dat DIO zich niet kon beroepen op interne Iraanse beperkingen (art. 139 Iraanse Pro grondwet) om de arbitrageovereenkomst nietig te verklaren.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van DIO. De Hoge Raad benadrukte dat een staat of staatsorganisatie zich niet op haar eigen interne recht kan beroepen om een internationale arbitrageovereenkomst ongeldig te verklaren, mede gelet op het beginsel van goede trouw en het internationaal aanvaarde principe dat staten zich niet aan arbitrage kunnen onttrekken door interne regels.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de door het hof toegepaste regel onderdeel is van het Nederlandse internationaal privaatrecht en dat IMS te goeder trouw mocht vertrouwen op de bevoegdheid van DIO. Het hof had ook terecht geoordeeld dat DIO het aanbod tot arbitrageovereenkomst impliciet had bekrachtigd. De Hoge Raad veroordeelde DIO in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de geldigheid van de arbitrale vonnissen.