Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2012 vermeldt dat de verdachte noch zijn raadsman zijn verschenen en houdt voorts het volgende in:
"De voorzitter stelt vast dat er een faxbrief, met twee bijlagen, van de raadsman van verdachte ter griffie van dit hof op 23 november 2012 is binnengekomen waarin de raadsman verzoekt om aanhouding van de zaak omdat verdachte tot op heden in Duitsland gedetineerd is en niet ter terechtzitting van het hof aanwezig kan zijn.
Het GBA-adres van mijn cliënt is een post-adres. Zijn zuster woont op dat adres.
De advocaat-generaal deelt desgevraagd mede − zakelijk weergegeven −:
Ik verzet me niet tegen aanhouding van de zaak. Ik stel voor de dagvaarding nog éénmaal te versturen naar het bekende detentieadres. Ik zal daarvoor informatie inwinnen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De voorzitter onderbreekt het onderzoek voor het houden van beraad.
De voorzitter hervat het onderzoek en deelt mede dat in de Gemeentelijke Basis Administratie sedert 28 september 2012 als woonadres van verdachte is vermeld [a-straat 1], [woonplaats].
De oproeping om te verschijnen ter terechtzitting van heden is op 23 oktober 2012 betekend aan een persoon die zich op dat adres bevond en verklaarde dat stuk (de brief) in ontvangst te willen nemen en onverwijld aan geadresseerde te doen toekomen.
Deze oproeping is in overeenstemming met de wettelijke voorschriften uitgereikt. Het hof acht deze oproeping op zich ook voldoende, ook in geval verdacht nog gedetineerd zou zijn in Duitsland.
Verdachte heeft zich kort geleden laten inschrijven op voormeld adres, dat er kennelijk toe dient zeker te stellen dat brieven en andere voor hem bestemde stukken die naar dat adres worden verstuurd of daar worden uitgereikt hem kort na bezorging bereiken.
Het hof is van oordeel dat het op de weg van verdachte, die zelf hoger beroep heeft ingesteld, had gelegen om toen hij zich weer in liet schrijven op voormeld GBA-adres contact op te nemen met zijn raadsman indien hij in verband met de (voortzetting) van de behandeling van deze strafzaak daarvan (ook) op een ander adres verwittigd wilde worden daarvan rechtstreeks dan wel via zijn raadsman mededeling te doen aan het Openbaar Ministerie. Van dergelijke inspanningen is het hof niet gebleken.
Bij de beoordeling van het verzoek van de raadsman de zaak nogmaals aan te houden moet het hof de belangen afwegen van verdachte, van de benadeelde partij, alsmede het algemeen strafvorderlijke belang van een spoedige afhandeling van strafzaken. Nu verdachte mogelijk nog vele jaren in Duitsland gedetineerd is moet het belang van de benadeelde partij en vorenomschreven algemeen belang zwaarder wegen dan het belang van verdachte zelf bij de berechting van zijn zaak aanwezig te zijn.
Het hof wijst het verzoek tot aanhouding af en bepaalt dat thans voortgegaan dient te worden met de behandeling van de zaak."