ECLI:NL:HR:2005:AS6015
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van dubbele ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij heling en drugshandel
In deze zaak stond de vraag centraal of het opleggen van een betalingsverplichting aan betrokkene ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit heling van geldbedragen afkomstig uit de softdrugshandel van haar partner, naast een betalingsverplichting aan die partner voor diens drugshandel, een ongeoorloofde dubbele ontneming opleverde. Het hof had geoordeeld dat geen sprake was van dubbele ontneming, omdat het ontnemen van voordeel aan betrokkene en haar partner strikt persoonlijk is en zij op verschillende wijzen wederrechtelijk voordeel hebben verkregen.
Betrokkene was veroordeeld voor medeplegen van het bezit van cocaïne en het hof had vastgesteld dat zij bewust profijt had getrokken van het voordeel dat haar partner had verkregen uit de softdrugshandel. Het geschatte voordeel bedroeg circa 100.000 gulden (ongeveer 45.378 euro). Het hof legde aan betrokkene een betalingsverplichting op ter ontneming van dit voordeel, naast een betalingsverplichting aan haar partner.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van betrokkene. Het hof had terecht geoordeeld dat het voordeel dat betrokkene had verkregen door heling van gelden uit de drugshandel van haar partner, een ander strafbaar feit vormde dan de drugshandel zelf. Daarom was geen sprake van ongeoorloofde dubbele ontneming. De Hoge Raad bevestigde dat de maatregel van ontneming een strikt persoonlijk karakter heeft en dat het opleggen van afzonderlijke betalingsverplichtingen aan beide betrokkenen toelaatbaar is.
Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat geen sprake is van ongeoorloofde dubbele ontneming.