ECLI:NL:HR:2005:AT8302
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het begrip 'onder zijn bereik brengen door middel van braak of verbreking' bij diefstal van kentekenplaten
Op 21 september 2003 heeft verdachte in Rotterdam de kentekenplaten van een groene Mazda-auto afgebroken en meegenomen, zonder toestemming van de eigenaar. Het Hof verklaarde verdachte schuldig aan diefstal waarbij het goed onder zijn bereik is gebracht door middel van braak of verbreking, en veroordeelde hem tot twee weken gevangenisstraf. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze kwalificatie en bewezenverklaring.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had over het begrip 'onder zijn bereik brengen door middel van braak of verbreking' zoals bedoeld in art. 311, eerste lid aanhef en onder 5º Sr. Het oordeel dat het afbreken van kentekenplaten kwalificeert als verbreking is niet onbegrijpelijk. Wel erkende de Hoge Raad dat het onderdeel 'braak of' kennelijk per vergissing in de bewezenverklaring was opgenomen, en verbeterde dit in de zin van alleen 'verbreking'.
Het cassatieberoep faalde omdat de bewezenverklaring en kwalificatie juridisch juist waren en voldoende gemotiveerd. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het Hof. De straf van twee weken gevangenisstraf bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot twee weken gevangenisstraf blijft gehandhaafd.