Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
het Hof leest: drie] dakkappellen. De inhoud van de woning is ongeveer 247 m³ en de oppervlakte van het perceel is 645 m².
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat er geen aanleiding bestaat de door eiser voorgestane splitsing naar gebruik toe te passen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de berekening van de waarde van de grond inzichtelijk gemaakt. Ook is aannemelijk gemaakt dat deze niet te hoog is vastgesteld nu deze in lijn ligt met de andere door verweerder genoemde percelen. Deze hebben weliswaar een kleiner oppervlak, maar hiermee is rekening gehouden door de hieraan toegekende hogere gemiddelde vierkantemeterprijzen. Mede gelet op de in aanmerking genomen grondprijs heeft naar het oordeel van de rechtbank verweerder tevens voldoende rekening gehouden met de verminderde doelmatigheid van het perceel.
5.Beoordeling van het geschil
Informatieverstrekking- De heffingsambtenaar dient van de door hem gebruikte vergelijkingspanden en van alle door belanghebbende voorgestane vergelijkingspanden de matrix, de bouwtekening en een specificatie van de berekening van de inhoud volgens NEN 2580 over te leggen. Daarnaast dient de heffingsambtenaar de bouwtekening van de woning en de door hem gehanteerde ‘glijdende grondstaffel’ over te leggen. Als de heffingsambtenaar deze informatie niet alsnog inbrengt, dan is sprake van motiveringsgebrek en schending van verdedigingsbeginsel. Zo nodig moet het Hof de heffingsambtenaar opdragen deze informatie alsnog in te zenden.
Taxatiematrix- De door de heffingsambtenaar ingebrachte taxatiematrix volstaat niet als onderbouwing van de vastgestelde waarde, omdat
Vergelijking vastgestelde WOZ-waarde met WOZ-waarde van voorgaande jaren-Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld is de verhouding tussen de WOZ-waarde die is vastgesteld voor het onderwerpelijke jaar (2016) en de WOZ-waarden in voorafgaande jaren relevant voor de beoordeling van de vastgestelde WOZ-waarde. Vergelijking van de jaarlijks vastgestelde WOZ-waarden van de woning in de periode van 2007 tot 2017 wijst uit dat geen of onvoldoende rekening is gehouden met de waardedaling van woningen tijdens de crisis. Taxaties die belanghebbende heeft laten verrichten (vier in totaal) heeft de rechtbank ten onrechte niet meegewogen bij haar oordeelsvorming.
Vergelijking vastgestelde WOZ-waarde met de WOZ-waarde van buurpanden- Niet valt uit te leggen dat woningen van de buren die deel uitmaken van hetzelfde bouwplan, lager gewaardeerd zijn op € 276.000 (nr. 4), op € 251.000 (nr. 6) en op € 270.385 (nr. 10). Deze vergelijking wijst uit dat sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel, danwel dat sprake is van willekeur en rechtsongelijkheid.
uitsluitend aan degene te wiens aanzien een beschikking is genomen, op verzoek een afschrift verstrekt van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde. Anders dan belanghebbende betoogt is de heffingsambtenaar dus niet gehouden om hem van alle gebruikte vergelijkingspanden en van alle door belanghebbende voorgestane vergelijkingspanden de matrix, de bouwtekening en een specificatie van de berekening van de inhoud volgens NEN2580 te verstrekken. Het Hof ziet geen aanleiding om tegemoet te komen aan het verzoek van belanghebbende om de heffingsambtenaar op de voet van artikel 8:45 Awb Pro te gelasten alsnog de genoemde stukken over te leggen. Ten overvloede overweegt het Hof dat met ingang van 1 oktober 2016 de WOZ-waarde van woningen voor een ieder openbaar toegankelijk is, maar dat dit niet geldt voor gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde WOZ-waarde.
Bouwtekening van uw woning
6.Kosten
7.Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 549;
- gelast de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht tot een bedrag van € 46 (rechtbank) en € 124 (Hof), in totaal € 170.