ECLI:NL:HR:2005:AT9055
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring ontslag tennislerares en doorbetaling loon bij persoonlijke arbeidsplicht
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een tennislerares en tennisvereniging De Klinkaert over de opzegging van een arbeidsverhouding die niet berust op een arbeidsovereenkomst. De tennislerares was sinds 1989 werkzaam en mocht geen vervanging inschakelen. De vereniging zegde de overeenkomst op tegen 1 november 1996, wat zij betwistte.
Na diverse procedures, waaronder een eerdere cassatie en verwijzing naar het hof, stelde het hof vast dat de tennislerares gehouden was de arbeid persoonlijk te verrichten, maar oordeelde dat de arbeidsverhouding per 1 september 1997 was geëindigd. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn taak als verwijzingsrechter heeft miskend door het einde van de arbeidsverhouding vast te stellen op basis van een ontbindingsbeschikking die niet de overeenkomst van opdracht beëindigde.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en het vonnis van de kantonrechter, en beslist zelf dat de tennislerares recht heeft op doorbetaling van loon van 1 november 1996 tot en met 31 maart 1999, de datum waarop de arbeidsovereenkomst formeel met ontslagvergunning werd beëindigd. Tevens veroordeelt de Hoge Raad De Klinkaert tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en veroordeelt De Klinkaert tot doorbetaling van loon van 1 november 1996 tot en met 31 maart 1999.