ECLI:NL:HR:2005:AU3943
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks psychische uitleveringsongeschiktheid en wijst bevoegdheid Gouverneur toe
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten aan een in Venezuela geboren persoon, gedetineerd op Curaçao. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba had de uitlevering toelaatbaar verklaard, ondanks het verweer dat de opgeëiste persoon psychisch uitleveringsongeschikt zou zijn.
De verdediging voerde aan dat de uitlevering geweigerd moest worden op grond van bijzondere omstandigheden, waaronder de slechte gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon, gesteund door een psychiatrisch rapport en een brief van het US Department of Justice. Het Hof verwierp dit verweer, stellende dat voldoende psychiatrische zorg in de Verenigde Staten beschikbaar is en dat de uitlevering niet onverenigbaar is met humanitaire overwegingen.
De Hoge Raad bevestigde dat het Nederlands-Antilliaanse Uitleveringsbesluit (NAUB) niet voorziet in een bepaling vergelijkbaar met art. 10.2 van de Nederlandse Uitleveringswet, die uitlevering kan weigeren bij bijzondere hardheid wegens gezondheid. De Hoge Raad oordeelde dat de beslissing over uitleveringsongeschiktheid vanwege psychische problemen niet aan het Hof toekomt, maar aan de Gouverneur van de Nederlandse Antillen. Het cassatieberoep werd verworpen omdat het middel geen grond bood voor vernietiging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de uitlevering toelaatbaar is en de beslissing over psychische uitleveringsongeschiktheid aan de Gouverneur is voorbehouden.