ECLI:NL:HR:2005:AU5233
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling en informatieplicht tussen biologische vader en kind na beëindiging relatie
Na het beëindigen van een affectieve relatie tussen de vader en moeder is een geschil ontstaan over de vaststelling van een omgangsregeling tussen de niet met gezag belaste en niet-erkende biologische vader en het minderjarige kind. De vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling en een regeling omtrent consultatie- en informatieplicht van de moeder.
De rechtbank stelde een omgangsregeling vast, maar de moeder stelde hoger beroep in, waarna het hof de beschikking vernietigde en een nieuwe regeling vaststelde waarbij de moeder de vader informeert, maar geen omgangsregeling werd toegewezen. Het hof motiveerde dit met het belang van het kind en de verstoorde communicatie tussen ouders, die een omgangsregeling onmogelijk maakt.
De vader stelde beroep in cassatie, waarbij de Hoge Raad bevestigde dat de maatstaf van artikel 1:377f lid 1 BW geldt, namelijk dat een omgangsregeling kan worden geweigerd als het belang van het kind zich daartegen verzet. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de omgangsregeling niet kan worden toegewezen gezien de negatieve gevolgen voor het kind en de verstoorde communicatie tussen ouders. Ook het incidentele beroep van de moeder werd verworpen.
De Hoge Raad benadrukte dat het belang van het kind en het begrip 'family life' in de zin van artikel 8 EVRM Pro centraal staan bij de beoordeling van omgangsregelingen en informatieplichten tussen ouders en kinderen. De beslissing van het hof was voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk, zodat het cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot omgangsregeling wordt afgewezen wegens het belang van het kind en verstoorde communicatie tussen ouders.