ECLI:NL:HR:2006:AV2863
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag en omgangsregeling na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen voormalig echtelieden over het gezamenlijk ouderlijk gezag en de omgangsregeling met hun minderjarige kinderen. De vrouw verzocht de rechtbank om de omgangsregeling te wijzigen en de omgang te beëindigen, en tevens om het gezamenlijk gezag te wijzigen in gezag van haar alleen. De rechtbank stopte de omgang en kende het gezag aan de vrouw toe. Het hof vernietigde het deel van de beschikking dat het gezag aan de vrouw alleen toekende, maar bevestigde de stopzetting van de omgangsregeling.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het hof, terwijl de man incidenteel cassatie instelde. De Hoge Raad oordeelde dat de wet geen grondslag biedt voor een definitieve ontzegging van het omgangsrecht bij gezamenlijk gezag. Wel is tijdelijke schorsing mogelijk. De bestreden beschikking waarin de omgang definitief werd stopgezet kon daarom niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigde het deel van het hofbesluit dat de stopzetting van de omgang bekrachtigde en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling, waarbij onderzocht moet worden of tijdelijke schorsing van het omgangsrecht gerechtvaardigd is gezien het voortduren van het gezamenlijk gezag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bekrachtiging van de stopzetting van de omgangsregeling en verwijst de zaak voor verdere behandeling.