ECLI:NL:HR:2006:AV5019
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onterecht geen strafvermindering bij overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor rijden onder invloed met een ongeval tot gevolg. Het hof had vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in eerste aanleg was overschreden, maar vond dat dit niet tot strafvermindering hoefde te leiden vanwege de lichte overschrijding en andere omstandigheden.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is omdat de genoemde omstandigheden niet als bijzondere omstandigheden kunnen worden aangemerkt die afdoen aan de noodzaak van strafvermindering. Ook is in de cassatiefase de redelijke termijn overschreden.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging en vermindert het aantal uren taakstraf tot 108 en de duur van de vervangende hechtenis tot 54 dagen. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De zaak is inhoudelijk niet ambtshalve vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf tot 108 uren en de vervangende hechtenis tot 54 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.