met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde:
De verdachte verklaart:
Ik woon in [plaats] , (…). In de periode van 17 juni 2014 tot en met 25 juni 2014 heb ik samen met een vriend van mij, [betrokkene 8] , de familie [van betrokkene 1] en de familie [van betrokkene 5] , allen met de Syrische nationaliteit, met twee busjes, beide met een Duits kenteken, vanuit Nederland via Frankrijk uit Milaan opgehaald. Van te voren is hierover met meerdere personen meermalen telefonisch contact geweest. Een van de personen die wij vanuit Milaan hebben opgehaald kende ik. Dat betrof [betrokkene 1] . Hij had mij van te voren nog gebeld en gevraagd of er naast zijn familie nog een familie mee kon. Daarom zijn we met twee busjes naar Milaan gereden. Van te voren hadden [betrokkene 8] en ik de twee busjes gehuurd. We wisten waar we de personen uit Milaan moesten ophalen.
Daarover hadden we van te voren telefonisch contact gehad. Onderweg naar Milaan zijn we in Frankrijk, vlakbij de grens van Italië, nog gecontroleerd. Met deze twee families zijn [betrokkene 8] en ik vervolgens vanuit Milaan via Frankrijk teruggereden naar Nederland. [betrokkene 8] bestuurde zowel op de heen- als de terugreis het ene busje en ik het andere busje. Onderweg naar Nederland hadden [betrokkene 8] en ik telefonisch contact. In Frankrijk zijn enkele personen die bij mij in het busje zaten overgeheveld naar het busje van [betrokkene 8] . Voor dit vervoer heb ik een bedrag van € 2.000,= ontvangen. Daarnaast heb ik nog wat extra geld ontvangen. Weer in Nederland aangekomen heb ik beide families en [betrokkene 8] bij mij thuis in [plaats] onderdak verleend. De volgende dag hebben [betrokkene 8] en ik beide families in de nabijheid van het AZC in Ter Apel afgezet.
De familie [van betrokkene 1] bevond zich legaal in Italië. Zij vroegen mij om hen op te halen. Zij waren bang om anders te reizen. Het waren open grenzen in Europa. Ik wist niet dat mijn handelen strafbaar was. Als ik dat wel had geweten had ik het niet gedaan. De familie [van betrokkene 1] had meermalen telefonisch contact met mijn familie in Syrië om hen uit de brand te helpen. Mijn familie belde mij dan steeds weer en zette mij onder druk om de familie [van betrokkene 1] te helpen. Als ik mensensmokkelaar zou zijn geweest, had ik de familie [van betrokkene 1] en [van betrokkene 5] nooit bij me thuis laten overnachten.
Ik heb de mensen alleen maar willen helpen omdat er oorlog was in Syrië en er daar mensonterende omstandigheden waren. Er was toentertijd geen andere weg om te bewandelen.
(…)
De verdachte verklaart:
Het was een vriendendienst dat ik de beide families heb meegenomen naar Nederland.
U houdt mij voor dat [betrokkene 8] bij de politie heeft verklaard dat hij en ik beiden wisten dat ons handelen strafbaar was. Ik blijf er bij dat ik dat niet wist, anders had ik het niet gedaan.
U houdt mij voor dat enkele getuigen hebben verklaard dat er in de busjes gordijnen hingen die dicht waren en dat de getuigen niet mochten uitstappen. Ik antwoord hierop dat er in de busjes helemaal geen gordijnen hingen.
Ik werd steeds onder druk gezet dat men niet veilig was in Italië. In het begin wilde ik hen niet ophalen. Maar ze bleven maar bellen en ik werd onder druk gezet. Toen ben ik maar gegaan. U vraagt mij waarom ik hen in het begin niet wilde ophalen. Ik antwoord daarop dat mijn auto toen stuk was. Bovendien had ik werk. Het kwam mij dus niet zo goed uit om naar Italië te rijden.
Ik dacht dat het allemaal legaal was wat ik deed. In het begin had ik helemaal niet in de gaten dat het strafbaar was wat ik deed, later wel.
U houdt mij voor dat ik bij de rechtbank heb verklaard dat we twijfelden omdat het niet goed voelde en vraagt mij waarom ik twijfelde. [betrokkene 8] en ik twijfelden of het wel mocht wat we deden, omdat we in Frankrijk door de Franse politie zijn gecontroleerd.
De raadsman voert aan:
Ik heb er met verdachte over gesproken dat hij wist dat zijn handelen strafbaar was. Verdachte wist wel degelijk dat zijn handelen strafbaar was, maar hij overzag daarvan de consequenties niet. Nu ik dit aan het hof kenbaar heb gemaakt, heb ik geen behoefte meer om hierover nog even met verdachte te overleggen tijdens een korte onderbreking van het onderzoek ter terechtzitting.
De verdachte verklaart:
(…)
met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden
(…)
Ik heb de mensen alleen maar willen helpen omdat er oorlog was in Syrië en er daar mensonterende omstandigheden waren. Er was toentertijd geen andere weg om te bewandelen.
(…)
De verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging.
De raadsman pleit overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota, die aan dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud geacht moet worden hier te zijn ingevoegd.
Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd:
Verdachte heeft niet vanuit Syrië gehandeld. Neen, hij wordt in Nederland gebeld en haalt de mensen dan op. De kern van het misdrijf van mensenhandel is gericht tegen de staat. De staat wordt ontwricht als vluchtelingen op illegale wijze onder erbarmelijke omstandigheden Nederland in worden geholpen. Daarvan is in de zaak van verdachte geen sprake.
Ik heb zelf al meerdere mensensmokkelzaken gedaan, maar ik heb nog nooit meegemaakt dat een smokkelaar vanuit Nederland geld overmaakt naar een vluchteling voor de reis naar Nederland. En dat is wat verdachte heeft gedaan bij de feiten 2 tot en met 5. Het ging enkel om Syriërs/landgenoten van verdachte.
In asielzoekerscentra worden paspoorten vaak gestolen. Dit is dan ook de reden dat verdachte enkele paspoorten van vluchtelingen thuis heeft bewaard.
Verdachte heeft niet gehandeld uit winstbejag.
Er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn dat dient te leiden tot strafvermindering.
De valuta in Syrië is de lira. Daarom wisselde verdachte euro’s om in lira.
(…)
Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken, waarbij hij verklaart:
Ik heb het aan mij ten laste gelegde niet als beroep gedaan. Het ging om familie en om anderen die ik uit de nood wilde halen.”