ECLI:NL:PHR:2009:BJ3301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor overtreden tipverbod bij handel met voorwetenschap
De zaak betreft een veroordeling van verdachte wegens het overtreden van het tipverbod zoals neergelegd in artikel 46a (oud) van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Verdachte, bestuurder van [E] Holding N.V., werd ervan beschuldigd koersgevoelige en niet-openbare informatie over het voornemen om [A] N.V. van de beurs te halen, te hebben gedeeld met zijn broer, die vervolgens aandelen [A] N.V. kocht en winst behaalde.
De feiten betroffen een bespreking op 20 oktober 1999 waarbij het voornemen tot het van de beurs halen van [A] N.V. werd besproken. Verdachtes broer gaf op 25 oktober 1999 opdracht tot aankoop van aandelen, wat leidde tot een aanzienlijke winst. Het Hof achtte bewezen dat verdachte de voorwetenschap aan zijn broer had medegedeeld anders dan in de normale uitoefening van zijn functie.
In cassatie werden meerdere middelen aangevoerd, onder meer over de procesgang, de uitleg van het begrip voorwetenschap, en de toepassing van de wetswijzigingen. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. Het Hof had terecht geoordeeld dat de informatie koersgevoelig en niet openbaar was, en dat het mededelen ervan aan een derde het tipverbod schond. Ook de procesrechtelijke klachten over de zittingsdata en de onderbreking van het onderzoek faalden.
De strafoplegging bestond uit een geldboete van € 45.000,- subsidiair 360 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. De Hoge Raad zag geen reden om het arrest van het Hof te vernietigen, waarmee de veroordeling definitief werd.
Uitkomst: Verdachte is definitief veroordeeld wegens overtreding van het tipverbod met een geldboete van € 45.000,- en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.