ECLI:NL:HR:2006:AW2087
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid bestuursdwangbesluit ondanks vernietiging bezwaar
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Enschede en een groothandel in bouwmaterialen over de rechtmatigheid van een bestuursdwangbesluit dat door de gemeente was genomen. Dit besluit werd gehandhaafd in een beslissing op bezwaar, die later door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) op formele gronden werd vernietigd. De gemeente had echter niet opnieuw op het bezwaar beslist.
De groothandel vorderde schadevergoeding wegens de gevolgen van het bestuursdwangbesluit, dat leidde tot de verplaatsing van haar bedrijf. De rechtbank wees de vordering af, het hof stelde de vordering op grond van onrechtmatige overheidsdaad deels toe. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de vernietiging van de beslissing op bezwaar ook de onrechtmatigheid van het bestuursdwangbesluit impliceert.
De Hoge Raad stelt dat zolang niet opnieuw op het bezwaar is beslist, het bestuursdwangbesluit als rechtmatig moet worden beschouwd. Daardoor ontbreekt het vereiste causaal verband tussen het bestuursdwangbesluit en de gestelde schade. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarmee de vordering van de groothandel wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering tot schadevergoeding af.