ECLI:NL:HR:2006:AX7369
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt mogelijkheid fiscale eenheid bij naheffingsaanslag ondanks eerdere afwijzing
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak 1 januari 1999 tot en met 30 september 1999. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde in cassatie dat zij zich als fiscale eenheid moest kunnen beroepen, ondanks een eerdere onherroepelijke afwijzing van een verzoek daartoe.
De Hoge Raad overwoog dat artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 toelaat dat belastingplichtigen zich in een procedure over een naheffingsaanslag kunnen beroepen op het bestaan van een fiscale eenheid, ook als een eerdere beschikking tot afwijzing onherroepelijk is geworden. De eerdere afwijzing betekent niet automatisch dat de naheffingsaanslag juist is.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend. Hiermee wordt bevestigd dat de beoordeling van fiscale eenheid in naheffingsaanslagprocedures een zelfstandige toetsing vereist, los van eerdere afwijzingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.