ECLI:NL:HR:2006:AY8880
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest ontuchtige handelingen en verwijst terug naar hof
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarig slachtoffer in een zwembadkleedhokje. Het hof had bewezen verklaard dat de verdachte het slachtoffer meermalen op de wang en in de nek had gekust, en dat deze handelingen ontuchtig waren. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf.
In cassatie werd aangevoerd dat het hof onbegrijpelijk had gemotiveerd dat de handelingen ontuchtig waren, vooral omdat het hof de verdachte had vrijgesproken van de gedraging waarbij hij met zijn hand onder de handdoek van het slachtoffer zou zijn gegaan, terwijl die handeling juist van belang was voor de kwalificatie als ontuchtig.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van de aanvulling op het verkorte arrest aanvankelijk een procedureel probleem vormde, maar dat dit inmiddels was hersteld. De klacht over de bewijsmotivering was gegrond, waardoor het arrest niet in stand kon blijven. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest wat betreft de inhoudelijke beoordeling van de ontuchtige handelingen en de strafoplegging, en bepaalde dat de zaak opnieuw door het hof moest worden behandeld. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren op 7 november 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.