ECLI:NL:HR:2007:AZ6165
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid benadeelde partij als erfgenaam en bewindvoerder in strafproces
In deze strafzaak oordeelt de Hoge Raad over de ontvankelijkheid van een vordering tot schadevergoeding door een benadeelde partij die optrad als bewindvoerder en later als erfgenaam van het slachtoffer. De benadeelde partij had zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot vergoeding van schade veroorzaakt door verduistering van schilderijen.
Het hof had de benadeelde partij ontvankelijk verklaard en de vordering deels toegewezen. De Hoge Raad stelt echter vast dat het bewind over de goederen van het slachtoffer door diens overlijden is geëindigd en dat de wetgever niet heeft voorzien in de mogelijkheid dat erfgenamen zich als benadeelde partij voegen voor de door het slachtoffer geleden schade.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de vordering van de benadeelde partij betreft, verklaart deze niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige. De strafrechtelijke veroordeling van de verdachte blijft in stand.
Uitkomst: De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding; het beroep wordt verder verworpen.