ECLI:NL:PHR:2009:BI0505
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling schuldheling van Belgische obligaties ondanks verzoek getuigenverhoor
De economische kamer van het gerechtshof Amsterdam heeft verzoeker veroordeeld wegens schuldheling van Belgische obligaties, waarbij hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen. Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen dit arrest met meerdere middelen, waaronder een klacht over het niet beslissen op een voorwaardelijk getuigenverzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het verzoek tot aanhouding en het horen van een getuige heeft afgewezen, omdat het hof zich op basis van de reeds aanwezige bewijsmiddelen voldoende kon vormen over de betrouwbaarheid van de getuige. Daarnaast is vastgesteld dat het hof de bewezenverklaring voldoende heeft gemotiveerd, mede gelet op de waarschuwing die verzoeker kreeg over de obligaties.
Verder wijst de Hoge Raad het beroep af omdat geen sprake is van schending van het recht op een onpartijdige rechter of overschrijding van de redelijke termijn die tot nietigheid zou leiden. Het beroep wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: Verzoeker wordt veroordeeld tot een taakstraf wegens schuldheling; het cassatieberoep wordt verworpen.