ECLI:NL:HR:2007:BB5359
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verlening verlof tot inbeslagneming stukken op basis van Duits rechtshulpverzoek conform Europees Verdrag
In deze zaak heeft de Rechtbank Groningen verlof verleend op grond van artikel 552p, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) tot inbeslagneming van stukken van overtuiging ter uitvoering van een Duits rechtshulpverzoek gebaseerd op het Europees Verdrag betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken. De klager verzette zich tegen deze toewijzing, stellende dat onvoldoende redelijk vermoeden van schuld bestond en dat de inbeslagneming onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris een rechtmatigheidstoets had uitgevoerd en dat het vertrouwensbeginsel vereiste dat de Nederlandse rechter uitgaat van de volledigheid en juistheid van de door de Duitse autoriteiten verstrekte gegevens. De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan en dat het verzoek voor inwilliging vatbaar was.
De Hoge Raad bevestigde dit toetsingskader en overwoog dat slechts kan worden afgezien van inwilliging indien wezenlijke belemmeringen uit het toepasselijke verdrag of Nederlandse fundamentele procesrechten zich voordoen. De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijkheid in het oordeel van de rechtbank en verwierp het beroep van de klager. De rechtmatigheid van de bewijsmiddelen wordt beoordeeld door de Duitse rechter in de strafzaak zelf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verlof tot inbeslagneming wordt bevestigd.