ECLI:NL:PHR:2012:BV9212
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onjuiste maatstaf bij toetsing inbeslagneming in rechtshulpverzoek VS
In deze zaak stond de vraag centraal of de rechtbank terecht de inbeslagneming van tien servers en een networkanalyser onrechtmatig had verklaard op grond van de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Het verzoek tot inbeslagneming was gedaan in het kader van een rechtshulpverzoek van de Verenigde Staten, gebaseerd op een verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken.
De rechtbank had geoordeeld dat de inbeslagneming onrechtmatig was omdat de gegevens ook op minder ingrijpende wijze veiliggesteld hadden kunnen worden, en dat de beslaglegging de bedrijfsactiviteiten van klaagster had stilgelegd. De Hoge Raad stelt echter dat subsidiariteit en proportionaliteit weliswaar beginselen zijn, maar geen fundamentele beginselen van Nederlands strafprocesrecht en dat toetsing aan deze beginselen niet aan de Nederlandse rechter toekomt bij de beoordeling van een rechtshulpverzoek.
De Hoge Raad benadrukt dat op grond van art. 552k Sv aan een rechtshulpverzoek zoveel mogelijk gevolg moet worden gegeven, tenzij er wezenlijke belemmeringen zijn voortvloeiend uit het verdrag of de wet, of indien fundamentele beginselen van strafprocesrecht worden geschonden. De rechtbank heeft volgens de Hoge Raad een onjuiste maatstaf gehanteerd door het verzoek te toetsen aan subsidiariteit en proportionaliteit. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof voor herbehandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor herbehandeling.