ECLI:NL:HR:2008:BB5248
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1995
In deze zaak ging het om een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 1995 die aan belanghebbende was opgelegd. Het aanslagbiljet vermeldde een nihil te betalen belastingbedrag, negatieve belastbare winst en belastbaar bedrag, en een bedrag aan verrekende dividendbelasting. Tegelijkertijd werd een beschikking tot herziening van de verliesvaststellingsbeschikking bekendgemaakt.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de navorderingsaanslag, waarop de Inspecteur de belastbare winst en het belastbare bedrag verder verminderde en de herzieningsbeschikking dienovereenkomstig wijzigde. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in, terwijl de Staatssecretaris van Financiën incidenteel beroep instelde.
De Hoge Raad oordeelde dat de navorderingsaanslag niet strekte tot navordering van te weinig geheven belasting of tot verrekening van een ander bedrag aan dividendbelasting dan reeds was verrekend bij de primitieve aanslag. De verrekening van dividendbelasting staat los van de vaststelling of herziening van het verlies. Daarom konden bezwaren tegen de verrekende belasting niet via bezwaar of beroep tegen de navorderingsaanslag aan de orde komen.
Verder concludeerde de Hoge Raad dat het hof het beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren voor zover het betrekking had op de verrekende belasting. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris werd gegrond verklaard, het principale beroep van belanghebbende ongegrond, en de uitspraak van het hof vernietigd. De Hoge Raad besloot de zaak af te doen en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk en vernietigt de uitspraak van het hof.