Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel op € 4.000,- dient te worden geschat.
“Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
tweede middelklaagt dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat geen rechtsgevolg behoefde te worden verbonden aan de vaststelling dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden.