Uitspraak
gevestigd te Den Haag,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
In rov. 2.19 heeft de rechtbank geoordeeld dat die vierde en vijfde herziening met de beperking van de glastuinbouwmogelijkheden een eerste (planologische) uitwerking en in zoverre de juridisch-planologische onderbouwing voor het werk vormen:
De Groenzone is door de Provincie aangewezen als transformatiegebied om zo aan de verstedelijkingsdruk weerstand te kunnen bieden.
In dat verband moest het verouderd planologisch beleid aangepast worden en moet de glastuinbouw een halt worden toegeroepen. Ook uit de door de deskundigen aangehaalde brief van Gedeputeerde Staten van 13 juli 1999 aan het college van B&W van Berkel en Rodenrijs volgt dat toen al sprake was van een voldoende concreet plan.
Dit blijkt ook uit (rov. 3.3 van) HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4119, NJ 2013/318 (Ballast Nedam/Staat).
Nu onderdeel 1 slaagt, is aan die voorwaarde niet voldaan. Met het oog op de procedure na verwijzing wordt in dit verband nog overwogen dat de vraag in hoeverre de eliminatie van een bestemmingsplan dient door te werken in de bepaling van de waardevermindering van de na onteigening overblijvende gedeelten van een complex, moet worden beantwoord naar de maatstaven die zijn gegeven in rov. 3.2.3 van HR 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0415, NJ 2009/303 ( [...] /Rivierenland).
4.Beslissing
15 januari 2016.