ECLI:NL:HR:2008:BF1885
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden
De schuldenares heeft bij de rechtbank Utrecht verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd bij vonnis van 6 november 2007 afgewezen. Het gerechtshof Amsterdam heeft dit vonnis bij arrest van 28 januari 2008 bekrachtigd. Vervolgens heeft de schuldenares cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen omdat de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan, zoals bedoeld in artikel 288 lid Pro 1, aanhef en onder b, van de Faillissementswet. De schuldenares had controle over de omstandigheden die bepalend waren voor het ontstaan of onbetaald laten van de schulden. Tevens is in de zaak onderkend dat de schuldenares slachtoffer was van een loverboy.
De Hoge Raad achtte nadere motivering niet noodzakelijk omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die relevant zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 31 oktober 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.