Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
de deurwaarder weet het niet meer”.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel Ikeert zich met twee klachten tegen het oordeel van het hof in rov. 3.5-3.8. De eerste klacht houdt in dat het hof heeft miskend dat het beoordelingskader in deze zaak wordt gevormd door art. 122 jo Pro 353 Rv, nu het gebrek kleeft aan een appeldagvaarding. De tweede klacht voert aan dat het hof heeft miskend dat het enkele feit dat een geïntimeerde door een gebrek in (de betekening van) de appeldagvaarding pas na het verstrijken van de appeltermijn op de hoogte is geraakt van het tegen hem ingestelde hoger beroep, niet meebrengt dat hij (onredelijk is benadeeld in de zin van art. 66 Rv Pro, althans) onredelijk in zijn belangen is geschaad in de zin van art. 122 Rv Pro.
Onderdeel IIbevat enkel een voortbouwklacht en behoeft derhalve geen bespreking. [11]