ECLI:NL:HR:2009:BF9243
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over terugbetaling douanerechten en omzetbelasting na prejudiciële vraag
Deze zaak betreft een verzoek van Road Air Logistics Customs B.V. om terugbetaling van douanerechten en omzetbelasting. Na een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van artikel 236 van Pro het Communautair douanewetboek (CDW) en artikel 22 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968, heeft de Hoge Raad het arrest gewezen.
Het Hof had geoordeeld dat de Inspecteur niet bevoegd was de douanerechten te innen omdat niet was voldaan aan de verplichtingen uit artikel 379 van Pro de Uitvoeringsverordening CDW. Het Hof concludeerde dat de geïnde bedragen niet wettelijk verschuldigd waren, en dat de belanghebbende aanspraak had op terugbetaling van omzetbelasting. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bestreden.
De Hoge Raad volgt het Hof van Justitie in de uitleg dat het niet correct bepalen van de plaats van douaneschuld niet betekent dat de rechten niet wettelijk verschuldigd zijn. Verder oordeelt de Hoge Raad dat terugbetaling van omzetbelasting alleen mogelijk is indien aanspraak op terugbetaling van invoerrechten bestaat. In dit geval was de belasting wegens toepassing van artikel 23 van Pro de Wet niet verschuldigd, waardoor geen recht op terugbetaling van omzetbelasting bestaat.
De Hoge Raad verklaart het incidentele beroep van belanghebbende ongegrond, het principale beroep van de Staatssecretaris gegrond, vernietigt het hofarrest voor zover dit betrekking heeft op bepaalde uitnodigingen tot betaling en gelast terugbetaling van €137,13 aan omzetbelasting. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en gelast terugbetaling van €137,13 aan omzetbelasting.