ECLI:NL:HR:2009:BG4260
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onvoldoende motivering over kennis dag terechtzitting
In deze strafzaak stelde de verdachte beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep omdat het hoger beroep na de wettelijke termijn van veertien dagen was ingesteld. Het hof baseerde deze niet-ontvankelijkverklaring op de stelling dat de dag van de terechtzitting in eerste aanleg de verdachte tevoren bekend was, mede op grond van een brief van zijn raadsman.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze conclusie zonder nadere motivering had getrokken, terwijl die motivering ontbrak. De brief van de raadsman maakte niet zonder meer aannemelijk dat de verdachte of zijn raadsman daadwerkelijk tijdig op de hoogte waren van de zittingsdatum. Hierdoor was het oordeel van het hof niet begrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe berechting en beslissing op het hoger beroep. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij niet-ontvankelijkverklaringen op grond van termijnoverschrijding en kennis van de zittingsdatum.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering over kennis van de zittingsdatum.