ECLI:NL:HR:2009:BG6577
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek
In deze cassatieprocedure richtte de verdediging zich tegen het oordeel van het hof dat het verzoek tot het horen van drie getuigen, waaronder een plaatsvervangend chef van de regiopolitie, had afgewezen. De verdediging betoogde dat het horen van deze getuigen essentieel was voor de verdediging, met name vanwege twijfels over de betrouwbaarheid van de startinformatie die tot het onderzoek leidde.
Het hof had het verzoek tot het horen van de plaatsvervangend chef RCIE afgewezen, maar de overige getuigen werden wel toegelaten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof bij de afwijzing van het verzoek slechts op de gronden van artikel 288 lid 1 Sv Pro mocht afwijzen en dat uit de motivering niet duidelijk bleek dat het hof deze maatstaf had toegepast.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep. De zaak werd geschorst om getuigen te horen en verdere onderzoekshandelingen te verrichten. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de strafkamer op 3 februari 2009.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering bij afwijzing getuigenverzoek en de zaak wordt terugverwezen.