ECLI:NL:HR:2009:BH5725
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende motivering dwang tot ontuchtige handelingen
Op 1 november 2005 heeft verdachte het slachtoffer, een vertrouwenspersoon voor haar, gemasseerd waarbij hij haar BH-bandje en string heeft uitgetrokken en seksuele handelingen heeft verricht. Het slachtoffer voelde zich ongemakkelijk en heeft meerdere keren gevraagd te stoppen.
De rechtbank en het hof verklaarden verdachte schuldig aan het dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen op grond van art. 246 Sr Pro, waarbij het hof oordeelde dat verdachte door zijn overwicht en manipulaties het slachtoffer in een situatie bracht waarin zij tegen haar wil handelingen moest dulden.
De Hoge Raad stelt dat van dwang door feitelijkheden slechts sprake kan zijn indien verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat zij zich niet kon verzetten. Uit de bewijsmiddelen volgt dit niet zonder meer, waardoor de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 2 juni 2009.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en verwijst de zaak terug naar het hof.