ECLI:NL:HR:2009:BI0537
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens overschrijding termijn na sepot
De zaak betreft een klaagschrift van klager tegen het uitblijven van teruggave van inbeslaggenomen geldbedragen. Op 22 en 23 april 2004 zijn op rechtmatige wijze bedragen van in totaal €632.920,00 in beslag genomen. De officier van justitie berichtte op 18 juli 2007 dat de strafzaak tegen klager zou worden geseponeerd zonder rechterlijke tussenkomst.
Klager diende op 31 juli 2007 een klaagschrift in tot opheffing van het beslag en teruggave van het geldbedrag inclusief rente. De rechtbank verklaarde het klaagschrift niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de termijn van twee jaar na inbeslagneming was ingediend, zoals vereist in artikel 552a, vierde lid, Wetboek van Strafvordering, in geval van geen ingestelde vervolging.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat bij een sepot zonder rechterlijke betrokkenheid geen sprake is van een vervolgde zaak, waardoor de termijn van twee jaar geldt. Het beroep in cassatie werd verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd.
Uitkomst: Het klaagschrift werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn na sepot zonder rechterlijke betrokkenheid.