Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De beschikking van de rechtbank
3.Bespreking van het middel
door het openbaar ministerieeen rechter in de zaak wordt betrokken. [8] Het feit dat de klaagster
zelfde rechter heeft aangezocht om te verklaren dat de strafzaak tegen haar is geëindigd maakt de zaak dan ook niet tot ‘een vervolgde zaak’ in de zin van art. 552a lid 3 Sv, net zo min overigens als de eerdere betrokkenheid van de beklagrechter naar aanleiding van het eerste klaagschrift van de klaagster. In de schriftuur wordt gewezen op HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8790 en de daaraan voorafgaande conclusie van mijn voormalig ambtgenoot Jörg, maar daarin wordt niet van iets anders uitgegaan. Uit die conclusie volgt dat in die zaak de rechterlijke betrokkenheid bestond uit het bevelen van de bewaring en gevangenhouding van de verdachten. De tweede deelklacht faalt.
zal plaatsvinden(of, zo begrijp ik: zou plaatsvinden)
,waarvoor volgens de memorie van toelichting aannemelijkheid volstaat. [13] Uit wat ik hiervoor schetste volgt echter dat het hiaat in de beklagmogelijkheid zich ook kan voordoen als
nietbekend of aannemelijk is dat berechting zal/zou gaan plaatsvinden en de zaak toch pas na meer dan twee jaren na de inbeslagneming wordt geseponeerd. Of onder het nieuwe wetboek ook in die gevallen de beklagmogelijkheid herleeft en met toepassing van art. 6.4.1 lid 2 NSv tot drie maanden na het sepot een klaagschrift kan worden ingediend blijft vooralsnog dus de vraag.