Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor oplichting en valsheid in geschrifte met betrekking tot het vervalsen van kentekens en verkoop van auto's met valse identiteit. De benadeelde partijen vorderden schadevergoeding, welke het hof (gedeeltelijk) toewijst. De verdediging voerde verweren aan tegen de toewijzing van deze vorderingen en tegen de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel vanwege de draagkracht van de verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het oordeel over de toewijzing van de vorderingen en de draagkracht van de verdachte niet onbegrijpelijk heeft gemotiveerd. Wel is de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro overschreden door late inzending van stukken door het hof, wat leidt tot vermindering van de opgelegde taakstraf.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en vervangende hechtenis en vermindert deze tot 216 uur taakstraf, subsidiair 108 dagen hechtenis. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn tot 216 uur taakstraf, subsidiair 108 dagen hechtenis, en bevestigt de schadevergoedingsmaatregel.