ECLI:NL:HR:2009:BI6249
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheidsduur voorlopige machtiging na voortgezette inbewaringstelling psychiatrisch ziekenhuis
De zaak betreft een verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging voor opname en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis na een voortgezette inbewaringstelling. De officier van justitie diende op 9 januari 2009 een verzoek in bij de rechtbank Utrecht, die op 2 februari 2009 een voorlopige machtiging verleende met een geldigheidsduur tot 2 augustus 2009.
Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoekschrift te laat was ingediend, namelijk na het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging. Hierdoor was er op het moment van indiening geen geldige machtiging meer voor verblijf in de instelling.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van de beschikking dat de geldigheidsduur bepaalde en stelde zelf vast dat de voorlopige machtiging slechts geldig was tot en met 8 juli 2009, zes maanden na het verstrijken van de oorspronkelijke machtiging tot inbewaringstelling. De overige klachten werden niet behandeld. De Hoge Raad deed zelf de zaak af.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat de voorlopige machtiging geldt tot en met 8 juli 2009 en vernietigt de langere termijn van de rechtbank.