ECLI:NL:HR:2010:BK9150
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Geen toewijzing van machtiging voortgezet verblijf na afloop geldige machtiging BOPZ
De zaak betreft een verzoek tot verlening van een voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis onder de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). De officier van justitie diende het verzoek in na het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling.
De rechtbank verleende de machtiging voor zes maanden ingaande op de datum van de zitting, maar de Hoge Raad oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, namelijk na het einde van de vorige machtiging. Hierdoor was er ten tijde van het verzoek geen rechtsgeldige machtiging meer.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking voor zover de ingangsdatum van de voorlopige machtiging op de datum van de zitting was gesteld en bepaalde dat de machtiging inging op de dag na het einde van de vorige machtiging. Dit betekent dat de voorlopige machtiging slechts gold tot zes maanden na het einde van de vorige machtiging, conform de wettelijke termijnen en ter bescherming van de betrokkene.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige indiening van verzoeken tot verlenging van machtigingen onder de BOPZ en bevestigt dat een machtiging niet kan worden verleend voor een langere duur dan zes maanden gerekend vanaf het einde van de vorige machtiging als het verzoek te laat is ingediend.
Uitkomst: De voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf geldt vanaf het einde van de vorige machtiging en niet vanaf de datum van het te late verzoek.