ECLI:NL:HR:2010:BK4467
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Gemeente tot onteigening en uitleg wederbeschikbaarstellingsbeding in transportakte
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres] en de Gemeente Amsterdam over de uitleg van artikel 14 van Pro de transportakte uit 1976, waarin een wederbeschikbaarstellings- en schadeloosstellingsbeding is opgenomen. [Eiseres] vorderde een verklaring voor recht dat de Gemeente gehouden is tot nakoming van deze verplichtingen, ook indien zij gebruikmaakt van haar publiekrechtelijke bevoegdheid tot onteigening.
De rechtbank wees de vordering toe, stellende dat de overheid gebonden is aan privaatrechtelijke overeenkomsten, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, oordelend dat artikel 14 een Pro extra bevoegdheid voor de Gemeente inhoudt, die haar onteigeningsbevoegdheid niet beperkt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van [eiseres]. De Hoge Raad benadrukte dat artikel 14 niet Pro ziet op een beperking van de onteigeningsbevoegdheid, maar slechts op een extra bevoegdheid voor de Gemeente om het terrein terug te verkrijgen met daarbij de verplichting tot levering van een gelijkwaardig terrein en vergoeding van kosten. De Gemeente blijft vrij om onteigening toe te passen met inachtneming van de wettelijke waarborgen.
De Hoge Raad veroordeelde [eiseres] in de kosten van het cassatiegeding en bevestigde daarmee dat de contractuele verplichtingen uit artikel 14 de Pro publiekrechtelijke onteigeningsbevoegdheid niet beperken.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat de Gemeente bij onteigening niet gebonden is aan het wederbeschikbaarstellingsbeding uit de transportakte.