ECLI:NL:HR:2010:BL0011

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01308
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in projectontwikkelingsovereenkomst geschil

In deze zaak stond een geschil centraal over een vermeende tekortkoming in de nakoming van een verbintenis uit een projectontwikkelingsovereenkomst tussen Fair Play Centers B.V. (FPC) en Geveke Bouw B.V. De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van een rompovereenkomst en de toepassing van opschortende en ontbindende voorwaarden.

De procedure begon bij de rechtbank Maastricht, waarna het gerechtshof te 's-Hertogenbosch in twee arresten uitspraak deed. Tegen deze arresten stelde FPC beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Geveke Bouw B.V. concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het arrest werd gewezen door de vice-president Beukenhorst en raadsheren de Savornin Lohman, Numann, Bakels en van Oven en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 5 maart 2010. FPC werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Fair Play Centers B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

5 maart 2010
Eerste Kamer
08/01308
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
FAIR PLAY CENTERS B.V.,
gevestigd te Kerkrade,
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. M.J. Schenck,
thans mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
GEVEKE BOUW B.V.,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als FPC en Geveke.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
1. het vonnis in de zaak 80590 HA ZA 03-47 van de rechtbank Maastricht van 21 januari 2004,
2. de arresten in de zaak C0401599 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 februari 2007 en 4 december 2007.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft FPC beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Geveke heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor FPC, namens haar advocaat, toegelicht door mr. M.J. Schenck, advocaat te Amsterdam. Voor Geveke is de zaak mede toegelicht door mr. W.I. Koelewijn, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van FPC heeft bij brief van 28 januari 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt FPC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Geveke begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 maart 2010.