ECLI:NL:HR:2010:BL5414
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorwaardelijk opzet bij hulp bij illegaal verblijf in Nederland
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het illegaal verblijf van meerdere personen in Nederland door het verhuren van woningen aan hen.
Het hof stelde vast dat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat zijn huurders illegaal in Nederland verbleven, mede omdat hij geen onderzoek deed naar hun verblijfsstatus en zelfs verklaarde dat het hem niet interesseerde. De verdediging voerde aan dat voorwaardelijk opzet niet volstaat voor een veroordeling, maar de Hoge Raad bevestigde dat onder opzet ook voorwaardelijk opzet valt, ook bij art. 197a Sr.
De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen wat betreft de strafmaat wegens overschrijding van de redelijke termijn en verminderde de taakstraf tot 180 uur en de vervangende hechtenis tot 90 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de veroordeling bleef staan.
De uitspraak verduidelijkt dat het element 'weet dat' in art. 197a Sr ook voorwaardelijk opzet omvat, en benadrukt de onderzoeksplicht van verhuurders bij het verhuren aan personen uit niet-Schengenlanden. De zaak illustreert de toepassing van strafrechtelijke normen bij het bestrijden van illegaal verblijf in Nederland.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij art. 197a Sr en vermindert de taakstraf wegens termijnoverschrijding tot 180 uur en 90 dagen hechtenis.