ECLI:NL:HR:2010:BM0710
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en wanbeleid bij tijdelijke overdracht aandelen buitenlandse aandeelhouder in enquêteprocedure
In deze zaak stond centraal de vraag of de ondernemingskamer bevoegd was om bij wijze van voorziening op grond van art. 2:356 BW Pro de tijdelijke overdracht van aandelen van een buitenlandse aandeelhouder in een Nederlandse vennootschap te bevelen. De vennootschap Europe was onbestuurbaar geworden door een patstelling tussen de twee belangrijkste aandeelhouders, [verzoeker 1] en [verweerder 9], die tevens gezamenlijk het bestuur van de houdstermaatschappij Worldwide vormden.
De ondernemingskamer had vastgesteld dat sprake was van wanbeleid, waarbij [verzoeker 1] verantwoordelijk werd gehouden. De kamer besloot tot ontslag van [verzoeker 1] als bestuurder en tot tijdelijke overdracht van de aandelen van Worldwide in Europe aan een onafhankelijke derde om de patstelling te doorbreken en het wanbeleid te beëindigen.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen de bevoegdheid van de ondernemingskamer en de toepassing van art. 2:356 BW Pro bij een vennootschap met slechts één aandeelhouder. De Hoge Raad oordeelde dat de bevoegdheid van de ondernemingskamer niet afhankelijk is van de EEX-Verordening maar van art. 2:345 BW Pro, omdat de vennootschap en verzoekers in Nederland gevestigd zijn. Tevens is tijdelijke overdracht mogelijk ook bij één aandeelhouder indien een patstelling binnen het bestuur van die aandeelhouder de besluitvorming blokkeert.
Verder verwierp de Hoge Raad de klachten over schending van art. 6 EVRM Pro en over de ontvankelijkheid van het beroep van Worldwide. Het beroep werd verworpen en de kosten werden aan de verzoekers opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tijdelijke overdracht van aandelen wordt bevestigd.