ECLI:NL:HR:2010:BM3409

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02146
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 RWNArt. 6 lid 4 TOSArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap op grond van optie

De zaak betreft een verzoek van verzoekster tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Centraal stond de vraag of door middel van optie krachtens artikel 6 lid 4 van Pro het Toelatings- en Onderwijsbesluit Staatsburgerschapswet (TOS) de Nederlandse nationaliteit was verkregen.

In de eerdere instanties, waaronder de rechtbank 's-Gravenhage, werd het verzoek afgewezen. Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Staat der Nederlanden verzocht het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verzoekster niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap in stand. De beschikking werd gegeven door de raadsheren A. Hammerstein (voorzitter), O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap blijft in stand.

Uitspraak

7 mei 2010
Eerste Kamer
09/02146
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.G. Evers,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Justitie),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 301360/HA RK 07-1370 van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 februari 2009.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 mei 2010.