ECLI:NL:HR:2010:BM9410
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende bewijs van kennis rijbewijsopschorting
De zaak betreft een verdachte die op 15 februari 2007 werd aangehouden terwijl hij reed met een rijbewijs waarvan de geldigheid was geschorst op grond van artikel 131, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte wist van de schorsing, mede gebaseerd op het feit dat het schorsingsbesluit aangetekend was verzonden en niet retour was gekomen, en dat verdachte eerder aangifte had gedaan van vermissing van zijn rijbewijs.
De verdediging voerde aan dat uit het enkele feit dat de aangetekende brief niet retour was gekomen, niet kan worden afgeleid dat verdachte de brief daadwerkelijk heeft ontvangen en dus wist van de schorsing. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat uit het niet retour komen van de aangetekende brief zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte kennis had van de schorsing.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring betreft dat verdachte wist van de schorsing, en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Hiermee wordt de veroordeling wegens het rijden met een geschorst rijbewijs niet in stand gelaten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs dat verdachte wist van de rijbewijsopschorting.