ECLI:NL:PHR:2013:1173
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over ongeldig verklaard rijbewijs wegens onvoldoende motivering kennisneming
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op het feit dat het CBR een aangetekende brief met het besluit tot ongeldigverklaring naar het juiste adres had gestuurd en dat deze niet retour was gekomen. Verdachte had bovendien verklaard dat hij telefonisch was geïnformeerd over mogelijke gevolgen van het niet volgen van een verplichte cursus.
De advocaat van verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat het enkele feit dat een aangetekende brief niet retour is gekomen onvoldoende is om te concluderen dat verdachte kennis had van de ongeldigverklaring. Daarnaast is het feit dat verdachte mogelijk op de hoogte was van de cursus en de gevolgen daarvan niet voldoende om het redelijkerwijs moeten weten aan te nemen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. De zaak betreft een subjectief bestanddeel waarbij een strenge maatstaf geldt voor het bewijs van kennisneming. De Hoge Raad benadrukt dat het risico van onbekendheid niet primair bij de burger ligt, maar dat het hof wel met voldoende en overtuigend bewijs moet komen.
Deze uitspraak verduidelijkt de bewijsstandaard bij het redelijkerwijs moeten weten van een ongeldigverklaring van een rijbewijs en benadrukt het belang van een gedegen motivering door de rechter.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.