ECLI:NL:PHR:2010:BN0578
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schuldwitwassen bij vermenging crimineel geld met legale vermogensbestanddelen
In deze zaak stond de vraag centraal of het door verzoekster ontvangen bedrag van €1.200.000,- afkomstig was uit enig misdrijf en of zij zich schuldig had gemaakt aan witwassen. Het hof had geoordeeld dat het gehele vermogen van de vennootschap GGG BV, waarmee het bedrag was betaald, besmet was geraakt door de inbreng van crimineel geld afkomstig van drugshandelaren en andere criminelen. Hierdoor werd het aan verzoekster betaalde bedrag als afkomstig uit enig misdrijf aangemerkt.
De verdediging voerde aan dat niet vaststond dat het geld van misdrijf afkomstig was en dat verzoekster geen schuld of opzet had, mede vanwege haar vriendschappelijke relatie met C en het ontbreken van concrete aanwijzingen. Het hof oordeelde echter dat verzoekster, gelet op haar kennis van de criminele contacten van C en de negatieve publiciteit, onderzoeksplicht had en naliet dit te verrichten, waardoor zij met grove schuld handelde.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat vermenging van crimineel geld met legaal vermogen leidt tot besmetting van het gehele vermogen en dat niet vereist is dat het bedrag volledig uit misdrijf afkomstig is. Tevens werd bevestigd dat schuldwitwassen een onderzoeksplicht inhoudt, zeker bij grote bedragen en bekendheid met criminele context. De Hoge Raad verwierp de middelen van verzoekster en bevestigde de veroordeling tot schuldwitwassen.
Uitkomst: Verzoekster is veroordeeld voor schuldwitwassen wegens het ontvangen en voorhanden hebben van een bedrag afkomstig uit enig misdrijf.