ECLI:NL:HR:2010:BO6879
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid schorsing cassatieprocedure en executoriale verkoop vorderingen
In deze zaak staat centraal de vraag of het cassatiegeding geldig is geschorst door Hydra na executoriale verkoop van vorderingen van eiser op Forward en Chipshol.
Eiser betoogde dat het schorsingsexploot nietig was wegens onjuiste betekening en dat de executoriale verkoop en het beslag nietig waren omdat de vorderingen niet voor beslag vatbaar zouden zijn, niet overdraagbaar waren en dat Landinvest misbruik van bevoegdheid zou hebben gemaakt. De Hoge Raad oordeelde dat het schorsingsexploot niet nietig is omdat eiser voldoende gelegenheid had verweer te voeren. Tevens zijn de vorderingen niet onbeslagbaar omdat zij niet uitsluitend persoonlijk zijn en de beslaglegging en executie zijn rechtmatig en rechtsgeldig verlopen.
De levering van de vorderingen aan Hydra is rechtsgeldig geschied via het proces-verbaal van executoriale verkoop, dat tevens als leveringsakte geldt. Betwisting van de betaling door eiser op 2 juni 2009 faalt omdat de volledige betaling pas op 9 juni 2009 plaatsvond, zodat de executiebevoegdheid van Landinvest niet was vervallen.
De Hoge Raad verklaart het geding met ingang van 5 juni 2009 geschorst en bevestigt de geldigheid van de schorsing en de executoriale verkoop.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatiegeding geschorst en bevestigt de geldigheid van de schorsing en executoriale verkoop.