ECLI:NL:HR:2011:BO8016
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging hof wegens onjuiste toepassing art. 423 lid 4 Sv
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de verdachte werd veroordeeld voor feit 1 en een straf opgelegd kreeg voor feit 2 op grond van art. 423 lid 4 Sv Pro. De rechtbank had de verdachte vrijgesproken van feiten 1 en 3 en veroordeeld voor feit 2. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in, maar beperkte dit tot feit 1. Het hof veroordeelde de verdachte voor feit 1 en paste art. 423 lid 4 Sv Pro toe om ook de straf voor feit 2 vast te stellen.
De Hoge Raad overweegt dat art. 423 lid 4 Sv Pro alleen van toepassing is indien in eerste aanleg één hoofdstraf is uitgesproken voor meerdere feiten en het hoger beroep beperkt is tot één of meer van die feiten, zodat bij vernietiging de straf voor de overige feiten moet worden bepaald. Dit was hier niet het geval omdat de rechtbank voor feit 1 vrijspraak had uitgesproken. Het hof had dus niet art. 423 lid 4 Sv Pro mogen toepassen maar had volgens art. 63 Sr Pro alleen de straf voor feit 1 moeten bepalen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting van het strafpunt voor feit 1. Het beroep van de verdachte wordt verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 15 maart 2011.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt strafoplegging hof en wijst zaak terug voor nieuwe strafoplegging voor feit 1.