ECLI:NL:HR:2011:BO9567
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in faillissementsrechtelijke betalingsonmachtzaak
In deze zaak stond centraal of uit de feiten en omstandigheden summierlijk kon worden vastgesteld dat de schuldenaar was opgehouden te betalen in de zin van artikel 6 lid 3 Faillissementswet Pro. De rechtbank 's-Gravenhage en het gerechtshof te 's-Gravenhage hadden eerder een oordeel gegeven, waarbij het hof het standpunt van de schuldenaar verwierp.
De verzoeker stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de schuldenaar ophield te betalen. De Hoge Raad verwijst naar het arrest van het hof en het vonnis van de rechtbank en stelt vast dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er is geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verwerpt het beroep. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.