Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart de beroepen met nummers HAA 21/51 en HAA 21/53 ongegrond;
- verklaart de beroepen met nummers HAA 21/50, HAA 21/52, HAA 21/55 en HAA 21/57 gegrond;
- vernietigt de navorderingsaanslag ib/pvv 2015 en de daarbij opgelegde vergrijpboete;
- vernietigt de navorderingsaanslag Zvw 2015;
- vermindert de opgelegde vergrijpboetes voor het jaar 2013 tot € 2.670, en voor het jaar 2014 tot € 2.581.
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de uitspraken op de verzoeken tot ambtshalve vermindering in de zaken met nummers HAA 21/50 (2013) en HAA 21/52 (2014) overigens in stand blijven;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de immateriële schade van eiseres tot een bedrag van € 2.500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.368,50, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 (zaak met nummer HAA 21/50) aan eiseres te vergoeden.”
2.Feiten
Feiten
Middels deze informatiebeschikking stellen wij u nog één maal in de gelegenheid om de gevraagde informatie (herkomst constante stortingen) onderbouwd met stukken en bescheiden aan te leveren. Het betreffen onderstaande constante stortingen op bovenstaande bankrekeningen die niet als omzet zijn geboekt in het kasboek.
5.1.3. Contante stortingen
bijdrage-inkomen
De kasstortingen over de door u benoemde periode waren door de heer [A] deels voldaan van de inkomsten welke hij genoot vanuit zijn eigen bedrijf, [bedrijf 2] . (Kvk nummer […]) (zie bijlagen 1 t/m 3) en deels vanuit zijn (contant) spaargeld. Dit spaargeld werd contant gehouden omdat tot zeer kort het bedrijf enkel contanten betalingen accepteerden.
3.Geschil in hoger beroep
(navorderings)aanslagen ib/pvv en ZVW terecht deels zijn afgewezen. Verder is in geschil of de boetes terecht en naar het juiste bedrag zijn opgelegd. Ten slotte is de hoogte van de vergoeding voor immateriële schade en de (proces-)kostenvergoeding in geschil.
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
5.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Ook in deze situatie slaagt het hoger beroep van de inspecteur.
naar € 4.421.
De boete bij de navorderingsaanslag ib/pvv 2013 blijft € 2.670 en de boete bij de aanslag ib/pvv 2014 blijft € 2.581.
6.6. Kosten
Verder is het hoger beroep van de inspecteur over de navorderingsaanslagen ib/pvv en ZVW 2015 gegrond (AMS 22/00533 en 00534). Het verweerschrift van belanghebbende in deze zaken komt ook voor vergoeding in aanmerking, aangezien de boete bij de navorderingsaanslag ib/pvv nog diende te worden verminderd.
(1 punt voor het hoger beroepschrift van belanghebbende, 1 punt voor het verweerschrift in hoger beroep van belanghebbende, 1 punt voor het verschijnen ter zitting bij het Hof, met een waarde per punt van € 837, wegingsfactor 1 voor de gemiddelde zwaarte van de zaken en wegingsfactor 1 voor minder dan 4 samenhangende zaken met een succes in hoger beroep).
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank behoudens de beslissingen omtrent de navorderingsaanslag ib/pvv 2013 en de daarbij opgelegde boete, de navorderingsaanslag ZVW 2013, de aanslag ib/pvv 2014 en de daarbij opgelegde boete, de aanslag ZVW 2014, de vergoeding van immateriële schade, de griffierechten en de proceskosten;
- verklaart de beroepen tegen de uitspraken op bezwaar ongegrond;
- verklaart het beroep ongegrond voor wat betreft de navorderingsaanslag ib/pvv 2015 en de navorderingsaanslag ZVW 2015 en bepaalt dat de rechtsgevolgen van de ambtshalve verminderingen van deze aanslagen overigens in stand blijven;
- verklaart het beroep gegrond voor wat betreft de boete bij de aanslag ZVW 2014 en de boete bij de navorderingsaanslag ib/pvv 2015.
- vernietigt de boete bij de aanslag ZVW 2014;
- vermindert de boete bij de navorderingsaanslag ib/pvv 2015 tot € 4.421;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van het hoger beroep van belanghebbende tot een bedrag van € 2.511, en
- draagt de inspecteur het voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht van € 136 te vergoeden.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.