ECLI:NL:HR:2011:BQ2935
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor compensatievergoedingen na kabelbeschadiging en stroomstoring
In deze zaak gaat het om de vraag of de door netbeheerder Liander betaalde compensatievergoedingen aan afnemers na een stroomstoring kunnen worden verhaald op de partij die de kabels beschadigde tijdens graafwerkzaamheden. De stroomstoring ontstond doordat graafwerkzaamheden door [eiseres 2] in opdracht van Bouwcombinatie een kabelbed beschadigden, wat leidde tot een langdurige stroomonderbreking.
De netbeheerder is op grond van de Elektriciteitswet 1998 en de Netcode verplicht compensatie te betalen aan afnemers bij stroomstoringen die langer dan vier uur duren. De vraag was of deze compensatievergoeding ook aan de veroorzaker van de schade kan worden toegerekend, of dat de netbeheerder dit risico zelf draagt vanwege een vermeende verplichting om storingen binnen vier uur te verhelpen.
De Hoge Raad bevestigt dat uit de relevante wetsartikelen en de Netcode niet volgt dat de netbeheerder verplicht is een storing binnen vier uur te verhelpen, noch dat het niet voldoen daaraan impliceert dat de netbeheerder zijn organisatie niet adequaat heeft ingericht. De compensatievergoeding is bedoeld als prikkel voor goed onderhoud en organisatie, niet als directe schadevergoeding aan de afnemer.
De Hoge Raad stelt dat de schade bestaande uit de compensatievergoedingen toerekenbaar is aan de veroorzaker van de kabelbeschadiging, omdat de stroomstoring en de compensaties een voorzienbaar gevolg zijn van de beschadiging. Het verweer dat de schade het gevolg is van een inadequate organisatie van de netbeheerder wordt aangemerkt als een beroep op eigen schuld, waarvoor de bewijslast bij de gedaagde rust.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van Bouwcombinatie c.s. en bevestigt dat zij aansprakelijk zijn voor de schade bestaande uit de compensatievergoedingen die Liander heeft betaald.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de schade door compensatievergoedingen toerekenbaar is aan de veroorzaker van de kabelbeschadiging en wijst het cassatieberoep af.