Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
business controllerbij Alliander (het moederbedrijf van zowel Liander als Tecno; hiervoor 2.8), gericht aan de Afdeling Juridische Zaken van Alliander, overgelegd, waarin onder meer wordt verklaard: [17]
special drawing rightsof SDR) [21] , hetgeen betekent dat de aansprakelijkheid volgens Liander is beperkt tot de somma van € 117.149,-. [eiser] is daarover, aldus nog steeds Liander, op grond van art. 4 van Pro hetzelfde Besluit wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van het schadevoorval, zodat de uiteindelijke vordering neerkomt op € 142.469,-, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding (22 september 2010) tot aan de dag van algehele voldoening en te vermeerderen met de te liquideren proceskosten. [22]
Poot/ABP [29] alleen de vennootschap die de schade daadwerkelijk heeft geleden van een derde vergoeding kan vorderen, hetgeen in latere rechtspraak is bevestigd. [30] Liander had dienen aan te tonen dat de schade daadwerkelijk door haar is geleden, hetgeen zij volgens [eiser] echter niet genoegzaam heeft gedaan.
special drawing rightsof SDR). [43] [eiser] heeft (onder meer en kort gezegd) verzocht het bedrag van het zakenfonds waartoe hij zijn eventuele aansprakelijkheid voorshands kan beperken vast te stellen op SDR 100.000, te bevelen dat [eiser] dit bedrag stort op een rekening en te bevelen dat na storting tot een procedure ter verdeling van het bedrag zal worden overgegaan, met bepaling van een dag waarop vordering(en) en verweerschrift(en) uiterlijk kunnen worden ingediend bij de vereffenaar. In zijn verzoekschrift heeft [eiser] verklaard dat hij ter zake van het schadevoorval reeds is aangesproken door Tecno (thans Liandon B.V.) en door Liander. Ook heeft hij te kennen gegeven dat de eigendom van de kabel ten tijde van het schadevoorval berustte bij Nuon Infra West N.V. (hierna: Nuon Infra West), thans Liander Infra West N.V. (hierna: Liander Infra West), van wie blijkens het Handelsregister ten tijde van het voorval N.V. Nuon Netwerk Services (hierna: Nuon Netwerk Services) enig aandeelhoudster was, en dat (één of meer van) deze partijen [eiser] mogelijkerwijs zullen aanspreken voor de ontstane schade.
als onderdeel van de Nuon-groep, sinds de afsplitsing van het netbedrijf Liander N.V. geheten en onderdeel geworden van de Alliander-groep”.
gebruikelijkis dat bij het vaststellen van een schade als de onderhavige de wederzijdse experts moeten proberen de objectieve reparatiekosten zo goed mogelijk vast te stellen, dat gewoonlijk de schade door de experts gezamenlijk wordt opgenomen en beschreven en dat vervolgens aan een of meer concurrerende ondernemers wordt gevraagd een offerte uit te brengen, uit niets blijkt dat Liander tot een dergelijke schadevaststelling en verdere gang van zaken
rechtenswas gehouden. Het aanbod van [eiser] om “de betrokken expert van [A]” (bedoeld wordt kennelijk [betrokkene 2] van [A] B.V.) op dit punt als getuige te doen horen, wordt daarom als niet ter zake dienend van de hand gewezen.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Casuele/De Toekomstzo uitgelegd dat daarvan sprake is als de schade het gevolg is van: (a) een fout van een persoon voor wie de eigenaar van het schip aansprakelijk is volgens de art. 6:169-6:171 BW; (b) een fout van een persoon of van personen die ten behoeve van het schip of van de lading arbeid verricht/verrichten of heeft/hebben verricht, begaan in de uitoefening van hun werkzaamheden; of (c) de verwezenlijking van een bijzonder gevaar voor personen of zaken dat in het leven is geroepen doordat het schip niet voldeed aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden eraan mocht stellen. [66] Bij de beantwoording van de vraag of de schade is ontstaan door de ‘schuld van het schip’ kunnen de bijzondere WION-verplichtingen een rol spelen. [67] In het onderhavige geval zijn de ‘schuld van het schip’ en de aansprakelijkheid van [eiser] als eigenaar van het schip [68] niet in geschil.
reformatio in peius. De vordering van Liander is in appel namelijk voor een hoger bedrag geverifieerd dan in eerste aanleg aan haar was toegewezen, terwijl Liander geen incidenteel hoger beroep heeft ingesteld. Opmerking verdient dat de achtergrond van deze verhoging is dat bij de verificatie van de vordering – anders dan bij de toewijsbaarheid van de vordering – geen rekening wordt gehouden met de wettelijke beperking van de aansprakelijkheid.
Onderdeel 1is gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 2.6.2.-2.6.6. van zijn eindarrest dat Liander vorderingsgerechtigd is. Het onderdeel valt uiteen in drie subonderdelen.
Onderdeel 2richt klachten tegen het oordeel van het hof in rov. 3.8. van het tussenarrest van 19 maart 2013 dat de vordering van Liander niet verjaard is en bestaat eveneens uit drie subonderdelen.
Onderdeel 3komt met twee subonderdelen op tegen het oordeel van het hof dat Liander haar schade voldoende aannemelijk heeft gemaakt en dat [eiser] geen gelegenheid tot het verrichten van contra-expertise is ontnomen. Ik bespreek de drie onderdelen achtereenvolgens.
subonderdeel 1.1klaagt dat het hof daarbij van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan, omdat (de rechtsvoorgangster van) [74] Liander geen juridisch of economisch eigenaar van het net, en dus van de beschadigde oliedrukkabel, was ten tijde van het schadevoorval en daarom geen schade in haar vermogen kan hebben geleden. Liander was slechts beheerder; eigenaar was Nuon, zodat de schade door Nuon in haar vermogen is geleden, aldus het subonderdeel;
subonderdeel 1.2acht onbegrijpelijk dat het hof geen reden ziet te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van [betrokkene 1]; volgens [eiser] kan uit die verklaring slechts worden afgeleid dat de kosten van netbeheer in de praktijk aan de netbeheerder in rekening kunnen worden gebracht, maar volgt hieruit niet dat de schade in het vermogen van de netbeheerder is gevallen. Ook in dat licht diende het hof volgens [eiser] vast te stellen of Liander juridisch of economisch eigenaar was van de kabel ten tijde van het schadevoorval;
subonderdeel 1.3ten slotte klaagt dat het hof zijn oordeel omtrent de vorderingsgerechtigdheid van Liander niet mede had mogen baseren op de omstandigheid dat zich geen andere schuldeisers, zoals in het bijzonder Tecno, hebben gemeld.
Liander N.V./Bouwcombinatie BR-4 c.s., die handelde om een kabelbeschadiging die plaatshad vóórdat netbeheerder Liander conform de wetswijziging in 2008 tevens economisch eigenaar werd, kende het hof aan Liander vergoeding toe van schade die zij had geleden door die beschadiging. In dat geval bestond de schade van Liander uit compensatievergoedingen die zij als netbeheerder verplicht was aan haar afnemers te betalen. [83] Uw Raad verwierp het tegen dat oordeel gerichte cassatieberoep. [84] In een latere zaak (betrekking hebbend op een geval dat viel onder het nieuwe regime zoals dat sinds de wetswijziging van 2008 geldt) achtte het hof de netbeheerder vorderingsgerechtigd, omdat zij economisch eigenaar was en (als netbeheerder) verplicht was de schade te herstellen; hieraan deed volgens het hof niet af dat de netbeheerder geen juridisch eigenaar was van het net. [85] In andere zaken werd de vordering van de netbeheerder hetzij toegewezen zonder discussie over zijn vorderingsgerechtigdheid, [86] hetzij op andere gronden afgewezen. [87]
subonderdeel 1.1erdoor is ingegeven dat het risico bestaat dat [eiser] tweemaal voor dezelfde schade wordt aangesproken, namelijk zowel door de netbeheerder als door de eigenaar van het net, geldt het volgende. Een dergelijk risico bestaat in het onderhavige geval niet, althans niet meer. Ten eerste geldt dat, voor zover Nuon [90] schade in haar vermogen zou hebben geleden door waardevermindering van haar eigendom, deze waardevermindering inmiddels is opgeheven doordat de beschadiging is hersteld. [91] Daarbij komt dat Nuon zich tijdens de beperkingsprocedure niet als schuldeiser heeft gemeld en dit ook niet meer kan doen, nu daarvoor een eindtermijn is bepaald, die inmiddels is verstreken (hiervoor 2.29; hetzelfde geldt overigens voor Tecno). Anders dan
subonderdeel 1.3aanvoert, is die omstandigheid wel degelijk relevant (hierna 3.26).
subonderdeel 1.1faalt.
subonderdeel 1.2is vergeefs voorgesteld.
dusvorderingsgerechtigd is, mist het feitelijke grondslag, omdat het hof zijn oordeel niet uitsluitend op die omstandigheid heeft gebaseerd.
onderdeel 1van het middel zijn dus vergeefs voorgesteld.
subonderdeel 2.3treft dus geen doel.
onderdeel 2van het middel vergeefs zijn voorgesteld.
subonderdeel 3.1vergeefs voorgesteld.
Subonderdeel 3.2richt zich tegen het oordeel van het hof in rov. 2.7.3. dat [eiser] deze nadere toelichting en stukken onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Het subonderdeel klaagt dat het hof eraan voorbij is gegaan dat [eiser] de door Liander opgevoerde schade niet heeft kunnen verifiëren doordat 1) het expertiserapport van Liberty niet in het geding is gebracht en 2) Liander eerst bij pleidooi en dus tardief haar vordering heeft gesubstantieerd. Hiervoor (3.38) heb ik reeds besproken waarom de klacht omtrent het rapport van Liberty geen doel treft.